Land van genade en verdriet – 9

 

wat te doen met het oude

dat zo lustig meestinkt in het nieuwe

het oude virus bemant al flink de nieuwe kleppen

 

hoe herken je het oude

met zijn racisme en slijm

zijn onveranderlijke bezittelijke voornaamwoord

wat is de verleden tijd van het woord haat

wat is het symptoom van ontmenselijkt bloed

van pijn die geen taal wilde worden

van pijn die geen taal kón worden

 

wat moet je met het oude

hoe word je jezelf tussen anderen

hoe word je heel

hoe word je vrijgemaakt in begrip

hoe maak je goed

hoe snijd je schoon

hoe ver kan de tong overhellen naar tederheid

of de wang raken aan verzoening

 

een punt

een lijn die zegt: van hier af aan

van dit moment af

gaat het anders klinken

want al onze woorden liggen naast elkaar op de tafel

bibberend van mensenkleur

nu kennen we elkaar

elkaars hoofdhuid en elkaars geur          elkaars bloed

we kennen de diepste geluiden die

onze nieren maken in de nacht

langzaam worden wij elkaar

opnieuw

nieuw

en híer begint het

(Deel 9 van ‘Land van genade en verdriet’, uit de bundel Kleur
komt nooit alleen van Antjie Krog. Vertaling: Robert Dorsman. Uitgeverij
Podium: Amsterdam 2002)

Op een zonnige zaterdagmiddag las ik in de tuin het verslag van een zomeravondgesprek tussen zangeres Wende Snijders en psychiater Jim van Os (NRC 26 aug. 2016). Het gesprek ging over de moeite om eerlijk en kwetsbaar te zijn, en toe te geven dat we als mensen soms zulke diep angstige wezens zijn of rare kronkels hebben. Aan het einde van het gesprek droeg Wende Snijders dit gedicht van de Zuid-Afrikaanse dichteres Antjie Krog voor en deze woorden raakten me diep.

Het gedicht is er een uit een serie van tien, getiteld Land van genade en verdriet. De gedichtencyclus is geschreven naar aanleiding van het werk van de Waarheids- en Verzoeningscommissie in Zuid-Afrika, waarover de auteur ook een non-fictieboek schreef (De kleur van je hart). Tijdens deze processen werden slachtoffer en daders met elkaar geconfronteerd vanuit de gedachte dat de ontmoeting in waarheid een weg tot verzoening zou bieden. Ik ben diep onder de indruk van de manier waarop dit proces maatschappelijk vorm kon krijgen, en van het streven en verlangen dat hieraan ten grondslag ligt, hoe weerbarstig de werkelijkheid ook is.

 

(H)erkenning van wonden

Wonden en trauma’s die mensen opdoen in hun leven laten diepe en verwoestende sporen na. Volgens mij gaat deze tekst hierover. ‘Wat te doen met het oude’, is als het ware een terugkerend refrein.

Het gebeurt maar al te vaak dat wonden niet worden (h)erkend of geïntegreerd in het leven. En dat is niet vreemd. Want wat als pijn ‘geen taal wilde worden (…) geen taal kon worden’? Dan ontstaan er overlevingsmechanismen om met pijn om te gaan. Mensen gaan hard werken of voor anderen zorgen. Mensen raken verslaafd. Of ze doen op hun beurt anderen weer geweld aan, en veranderen zo van slachtoffers in daders. En zolang de daadwerkelijke pijn niet erkend, niet gevoeld, en niet geïntegreerd wordt, kunnen de wonden (en zonden) van generatie op generatie worden doorgegeven.

Er kan ook een andere beweging ontstaan. Namelijk wanneer mensen hun pijn onder ogen durven  zien. Gaan voelen. Er woorden of een andere manier van uitdrukken voor kunnen vinden. Leren leven met ‘het oude’. Dat is nooit vanzelfsprekend. Eerder een op-gave. Een verzuchting soms. ‘hoe word je jezelf tussen anderen / hoe word je heel / hoe word je vrijgemaakt in begrip / hoe maak je goed / hoe snijd je schoon?’ Kan dat wel, heel worden, opnieuw beginnen, vrij zijn van ballast, verzoening? En hoe dan?

 

Menswording

De tekst is geschreven vanuit een Zuid-Afrikaanse context, maar verwoordt iets van wat ik ook in mijn leven als essentieel ben gaan ervaren. Menswording.

Ik heb met regelmaat perioden in mijn leven gekend dat ik vastliep in mijn werk en leven; ik raakte verstrikt in conflictsituaties; ik liep tegen lichamelijke en psychische grenzen aan; ik worstelde met gevoelens van afwijzing; de stroom van het leven raakte zo keer op keer onderbroken; en dat terwijl ik vaak juist zo m’n best deed en hard werkte. Door op mijn denk-, gevoels- en gedragspatronen te reflecteren tijdens een proces van supervisie, ontdekte ik gaandeweg wat de wortels hiervan waren en hoe ik zelf omging met pijn uit mijn verleden: mijn harde werken of mijn extreem zorgvuldige manier van communiceren was een manier om gezien te worden of bevestiging te ontvangen en geen klappen op te lopen. Heel vaak liet ik mijn echte gevoelens, mijn verlangens, mijn boosheid of teleurstelling in relaties niet zien. Gaandeweg kwam ik tot het besef dat ik mij in mijn verlangen om gezien te worden, juist verborg. Niet echt mijzelf was. Ook niet echt mens.

 

En híer begint het

Het moment dat ik dit patroon ging doorzien – mijn verlangen naar bevestiging, en mijn streven naar perfectie als compensatie voor het gemis daaraan – en ik dit eerlijk durfde toegeven naar mijzelf, naar mijn begeleider, naar de Levende, naar mensen met wie ik in relatie stond, deed ik de paradoxale ervaring op dat ik hierin werd aanvaard. En juist dat maakte mij daadwerkelijk mens. Ook in confrontaties met anderen heb ik mogen ervaren dat wanneer je allebei je eigen gedragspatronen doorziet, en eerlijk hierover bent, dan kan gebeuren wat in dit gedicht zo scherp wordt beschreven ‘van dit moment af / gaat het anders klinken / want al onze woorden liggen naast elkaar op de tafel / bibberend van mensenkleur / nu kennen wij elkaar (…) langzaam worden wij elkaar /opnieuw / nieuw / en híer begint het’.

Zo mens-zijn, in alle eerlijkheid, met wonden en zonden, lijkt mij heilzaam voor de politiek, voor onze samenleving, voor gezinnen en relaties, en uiteraard voor de kerk. Voor mij geeft zo mens-zijn ook invulling aan Back to basics, een van de kernpunten uit het beleidsplan van de PKN. En het vormt de basis van waaruit ik – met vallen en opstaan – wil leven, persoonlijk, en in mijn functioneren in de kerk.

 

Deze tekst schreef ik voor de rubriek Touché en verscheen in februari 2017 in Woord en Dienst. Zie ook http://www.woordendienst.nl/.

 

Land van genade en verdriet