Worden wie je bent

“Word wie je bent. Word alles wat je bent. Er is nog meer in jou – meer om ontdekken, om te vergeven en om lief te hebben.” Via het Center for Action and Contemplation verschijnen dagelijks meditaties. Deze liggen dicht bij de inhoud van het boek Soulfulness. Om bij te dragen aan een bezield leven, vertaal ik zo nu en dan een meditatie. Deze keer: ‘Worden wie je bent’ van Richard Rohr. Om te overwegen en te delen.

 

Worden wie je bent

Richard Rohr OFM

Van de Zwitserse psychotherapeut Carl Gustav Jung (1875-1961) heb ik veel geleerd. Jung verbond praktische theologie met goede psychologie. Hij was absoluut geen vijand van religie, ik zou hem zelfs een mysticus willen noemen. Later in zijn leven, toen aan hem werd gevraagd of hij ‘geloofde’ in God, zei Jung: ‘Ik zou niet kunnen zeggen dat ik geloof. Ik weet het! Ik heb de ervaring gehad dat ik ben gegrepen door iets dat sterker is dan ikzelf, iets dat mensen ‘God’ noemen.’ [1]

Wel vond Jung dat het christendom bijdroeg aan een breuk – een onoverbrugbare kloof – tussen God en de ziel, door de te grote nadruk die er werd gelegd op uiterlijke rituelen en een rationeel geloof in plaats van de innerlijke ervaring en innerlijke verandering. De theologie in het christelijk geloof vond hij wel behulpzaam (voor Jung diende Jezus als het centrale archetype die ‘de het verborgen, onbewuste bodemleven van ieder individu’ openbaarde en symbool stond voor ‘de karakteristieke stervende en zichzelf transformerende God’ [2], maar de psychologie en antropologie waren onderontwikkeld. Jung was gedesillusioneerd door zijn eigen vader en zes ooms, die allemaal Zwitserse gereformeerde predikanten waren en die hij zag als ongelukkig en niet-geïntegreerd. Jung zei kortweg over het christendom: ‘Het werkt niet in het echte leven!’ [3]

Een heilige kan Jung niet worden genoemd. Hij had heel wat affaires en flirtte kortstondig met het nazisme. Zijn verleden kende hoogte- en dieptepunten – maar geldt dat niet voor ons allemaal? Niettemin leidden zijn grote misstappen er bij hem toe dat hij zijn schaduwzelf, dat verborgen ligt in ons persoonlijke onbewuste en dat vervolgens wordt geprojecteerd op anderen, te herkennen en genezen.

De blik waarmee we naar ons eigen onbewuste kijken, is de blik waarmee we naar de wereld kijken. Lees dat nog eens! Zoals Jezus zei: ‘Het oog is de lamp van het lichaam’ (Matteüs 6:22). Mensen die zichzelf aanvaarden, aanvaarden anderen. Mensen die zichzelf haten, haten anderen. Alleen het Goddelijke Licht maakt het mogelijk en geeft ons de vrijheid en de moed om de weg naar de diepten van onze ziel af te leggen en onze schaduw te ontmoeten.

Voor Jung is het archetype God de heelmakende werking van de ziel. Het is het deel van jou dat altijd meer wil, maar niet in een begerige zin. God is de innerlijke energie die alles bezielt en zegt: ‘Word wie je bent. Word alles wat je bent. Er is nog meer in jou – meer om ontdekken, om te vergeven en om lief te hebben.’ Jungiaanse analytisch psychologen noemen dergelijke groei en wording ‘individuatie’. Ik zie dit graag als een beweging richting het verlangen om te leven in plaats van te sterven. De levensdrift leert ons om niet te fragmenteren, te versplinteren, te splijten, maar een te worden en overal van te leren; terwijl het ego zich beweegt in de richting van verkramptheid, scheiding of ‘zonde’. Het archetype God is eenvoudig gezegd ‘liefde aan het werk’ en roept ons op tot een diepere eenheid met ons Ware Zelf, met anderen en met God.

In de reis naar psychische heelheid benadrukte Jung de noodzakelijke rol van religie of het archetype God voor het integreren van de tegenstellingen [4], waaronder het bewuste en het onbewuste, de Ene en het vele, het goede (door het te omarmen) en het kwade (door het te vergeven), het vrouwelijke en het mannelijke, het lagere zelf en het Hogere Zelf. Met Zelf met een hoofdletter Z bedoelde Jung de diepste kern van de psyche/ziel dat een is met het Goddelijke. En, als ik hem goed begrijp, wordt dit Zelf gedeeld. Het Zelf is een, en daar hebben we allemaal deel aan, zoals ook veel mystici hebben benadrukt. Ik zou dit het Ware Zelf noemen, het Christus Zelf, of als dat beter bij jou past, het Boeddha Zelf, dat geleerd heeft om bewust in verbinding te blijven met de Aanwezigheid in ons (Johannes 14:17).

Dit is een vertaling van ‘Becoming Who You Are’, geschreven door Richard Rohr OFM. De tekst verscheen als meditatie via het Center for Action and Contemplation op 9 september 2019. Klik hier voor de Engelstalige meditatie.

 

Referenties

[1] C.G. Jung (1995), geciteerd in ‘The Old Wise Man’. Time 65 (7), 64.

[2] C G. Jung (1969), Psychology and Religion: West and East. Trans. R.F.C. Hull, 2nd ed. Princeton: Princeton University Press, 89.

[3] Zie voor selecties uit het werk van Jung met betrekking tot zijn relatie tot het christendom, zijn psychologische benadering van de theologie en zijn interpretatie van de geschiedenis van het christendom: C.G. Jung (1999), On Christianity, ed. Murray Stein. Princeton: Princeton University Press.

[4] In Jungs eigen woorden [poging tot vertaling, MS]: ‘Alle tegenstellingen komen van God, daarom moeten [individuen] zich buigen voor deze last; en door dat te doen ontdekken zij dat God in (…) ‘tegenstellingen’ bezit van [hen] heeft genomen, dat God zelf in [hen] is geboren. [Iedere persoon] wordt een vat, gevuld met goddelijk conflict.’ Psychology and Religion 1969, 416. [Het oorspronkelijke citaat: “In Jung’s own words, “All opposites are of God, therefore [individuals] must bend to this burden; and in so doing find that God in . . . ‘oppositeness’ has taken possession of [them], incarnated [Godself] in [them]. [Each person] becomes a vessel filled with divine conflict.”]

Heb de tegenstrijdigheden lief

Onlangs werd ik op het spoor gezet van het Center for Action and Contemplation. De meditaties die via de website verschijnen, liggen dicht bij de inhoud van het boek Soulfulness van Brian Draper dat ik vertaalde. Om bij te dragen aan een bezield leven, wil ik met enige regelmaat een vertaling plaatsen van deze meditaties. ‘Heb de tegenstrijdigheden lief’ van Richard Rohr is de eerste.

 

Heb de tegenstrijdigheden lief

 

Worstelen met je eigen schaduw, de confrontatie met innerlijke conflicten en morele tekortkomingen, het ondergaan van afwijzing en verwaarlozing, allerlei dagelijkse vernederingen, het ervaren van een vorm van misbruik of een mate van beperking – dit soort ervaringen kunnen ons – als we daarvoor openstaan – brengen tot een dieper besef, bewustzijn van onze ziel, en kunnen onze ziel tot bloei brengen. Deze ervaringen geven ons zicht op onze naaktheid, ook nu, want deze zeer reële tegenstrijdigheden zijn er altijd. Behalve God is niets volmaakt… Zelf als we noodzakelijke en heldere grenzen trekken, worden we alsnog uitgenodigd om te vergeven wat er te vergeven is, om te huilen om onze eigen innerlijke armoede en deze te aanvaarden.

Als we ons tegenstrijdige zelf onder ogen zien, worden we levende iconen van het een én het ander. Als je eenmaal in staat bent om genade te aanvaarden, dan is het bijna vanzelfsprekend om dit ook aan anderen te geven (denk aan het verhaal van de meedogenloze dienaar in Mattheüs 19:23-35). Je geeft door wat je zelf hebt ontvangen. Als je nooit genade nodig hebt gehad, en je je eigen tegenstrijdigheden niet onder ogen ziet, dan kun je oud worden met een dubbelleven, opgesloten in een wereld waarin alles gedachteloos doordraait. Dat is, naar mijn mening, de ‘zonde tegen de heilige Geest’ (Matteüs 23:31-32). Deze zonde kan niet vergeven worden, omdat je weigert te erkennen dat je misschien genade of vergeving nodig hebt.

Johannes van het Kruis (1542–1591) schreef consequent over de goddelijke liefde als het voorbeeld en model voor alle menselijke liefde, en over de menselijke liefde als de noodzakelijke school en voorbereiding voor elke vorm van ontmoeting met het goddelijke. Als je nooit menselijke liefde hebt ervaren, dan zal het heel moeilijk voor je zijn om te ontvangen dat God jou liefheeft. Als je nooit hebt kunnen ontvangen dat God jou liefheeft, zul je niet weten hoe diepgaand je ook mensen lief kunt hebben. Maar uiteraard kunnen deze beide beperkingen door de genade overwonnen worden.

Om het anders te zeggen: wat ik van mijzelf aan God laat zien, wat ik Hem laat aanvaarden, wordt wat ik kan zien en aanvaarden in mijzelf. En daardoor ga ik zelfs alles anders zien. Dit is ‘radicale genade’. Daarom is het cruciaal dat we toelaten dat God en ten minste ook een andere persoon ons zien in onze onvolmaaktheid, ja zelfs in onze naaktheid, zoals we zijn – en niet zoals we graag zouden willen dat we zijn. Daarom moeten we ook anderen deze zelfde ervaring geven. Dat we hen met alle fijngevoeligheid zien in hun onvolmaaktheid; anders zullen mensen nooit de goddelijke liefde leren kennen. Ik bid dat er ten minste een persoon is bij wie je niet perfect hoeft te zijn. Ik heb er een paar in mijn leven, en zij zijn voor mij een grote steun en bron van vreugde.

Zulke ultiem vrije en vrijgevig geschonken liefde is de enige liefde die ons op de diepste niveaus van ons bewustzijn bevestigt, omvormt en verandert. Daar verlangen we allemaal naar en we zijn er ook voor geschapen. En als je dit kunt ontvangen, zul je dit als vanzelf ook aan anderen doorgeven.

Kun jij God toestaan om ‘jou te zien in jouw lage staat’, zoals Maria het zei in Lucas 1:48? Zonder dat je wacht op een moment ergens in de toekomst dat je erin gelooft dat je het waard bent? Overweeg deze woorden geïnspireerd door Johannes van het Kruis: “Heb lief wat God ziet in jou.”

 

Dit is een vertaling van ‘Love the Contradictions’, geschreven door Richard Rohr OFM. De tekst verscheen als meditatie via het Center for Action and Contemplation. Klik voor de Engelstalige meditatie op deze link.

 

 

Improviseren!

Dinsdag 14 mei woonde ik in de Hermitage in Amsterdam een lezing bij van theoloog Sam Wells. Sam Wells is onder andere pastor van de Londense kerk St Martin-in-the-Fields. Hij sprak daar over kerk-zijn anno nu. Hoe doe je dat? Een kernwoord is ‘improviseren’, of al doende het Koninkrijk van God vormgeven, zoals ik het heb vertaald. Ik maakte een verslag van de lezing en heb er ook een paar vragen bij verwoord. Deze kun je gebruiken in een commissie, teamoverleg of kerkenraadsvergadering. Naar aanleiding hiervan meer weten? Of wil je dat ik meedenk over het vormen van een visie en missie in jullie gemeente? Dat doe ik graag. Op de pagina contact vind je mijn gegevens!

Het Koninkrijk van God al doende vormgeven_Verslag lezing SWells_14-5-19

 

Improvising the Kingdom – Het Koninkrijk van God al doende vormgeven

Kerk-zijn draait niet om aantallen. Het ‘succes’ van de kerk hangt niet af van omstandigheden of bereik je niet pas als je voldoet aan de verwachtingen van mensen. Waar het om gaat, is de missie, een kerk die het Koninkrijk van God al doende vormgeeft. En die missie komt voort uit een tegendraads verhaal over een tegendraadse God.

Improviseren, maar hoe? Vier kernpunten om als kerk het Koninkrijk van God al doende vorm te geven

 1. Forming habits. Vorm gewoontes en laat zo ook je karakter vormen.

Bijbelse voorbeelden

  • Het volk van Israël krijgt ‘leefregels’ mee om hen bij het leven te bewaren. Door zich aan deze leefregels te houden, vormen ze ‘gewoontes’. En dit vormt ook hun karakter.
  • Voorbeelden uit het Nieuwe Testament: de Bergrede of de manier waarop de eerste christenen in Handelingen hun leven vormgaven (bij elkaar eten, gezamenlijk bezit).

Voorbeelden uit de praktijk van St Martin-in-the-Fields

  • De waarden waaraan ieder lid of iedere medewerker zich houdt. Een voorbeeld: we spreken altijd iemand aan die we (nog) niet kennen in de gemeente. (Ook als dat kan opleveren: “Maar ik ben hier al twintig jaar lid, hoor…” 🙂 🙁 )
  • Er heeft zich in St Martin-in-the-Fields een kleine groep gevormd ‘the Nazareth Community’ die zich verbindt rond zeven waarden. Een van die waarden is stilte. Praktisch is deze waarde vertaald naar het bij elkaar komen van de groep, 3x per week, waarbij zij een uur samen zitten in stilte.
  1. Change of status. Verandering van ‘status’. Wees niet bang om de status die je hebt, op te geven (maatschappelijke positie, locatie).

Bijbelse voorbeelden

  • Jezus veranderde van ‘status’ door bij vanuit de hemel naar de aarde te komen om hier te wonen onder de mensen.
  • Het gesprek tussen Jezus en Pilatus. Wie is hier in deze situatie nu degene die ondervraagt en degene die ondervraagd wordt?

Voorbeelden uit de praktijk van St Martin-in-the-Fields

  • De kerk is een belangrijke maatschappelijke positie die ze eeuwen heeft gehad, kwijtgeraakt. Dat leert de kerk bescheiden te zijn. En hieruit vloeit voort dat de kerk bewust luistert naar de maatschappij; naar mensen die niet meeleven met de gemeente of niet christelijk zijn om te horen wat zij van het geloof of de gemeente vinden. Vanuit de gedachte: wat kunnen zij ons leren of vertellen?
  • We laten mensen meedoen die normaal gesproken lang niet altijd kunnen meedoen. We werken met hen samen in plaats van dat we voor ze werken (mensen met een handicap, vluchtelingen).
  1. ‘Overaanvaarding’ (onvertaalbaar…). Aanvaard, omarm iets slechts, iets wat niet (meer) werkt, en maak daar iets nieuws, iets beters van.

Bijbelse voorbeelden

  • Jezus’ lijden en sterven wordt door de opstanding van hun donkerte en kracht beroofd, en in een nieuw licht geplaatst.
  • In de stamboom van Jezus bevinden zich vrouwen die eigenlijk helemaal niet hoorden bij het joodse volk (Ruth, Rachab).

Voorbeeld uit de praktijk van St Martin-in-the-Fields

  • Er was een conflict tussen een voorganger en een commissie over de inhoud van een doordeweekse viering; de voorganger wilde geen muzikale bijeenkomst; hij wilde een bijeenkomst alleen met alleen een overdenking. De commissie wilde juist een muzikale bijeenkomst. Het conflict leek onoplosbaar tot het werd beslecht door de muzikale bijeenkomst te handhaven en hieraan een verdieping te geven door bij deze bijeenkomsten ook iets te vertellen over de achtergrond van de (maar al te vaak religieuze) muziek.
  1. ‘Re-integratie’. Je doet weer mee. Je wordt opnieuw opgenomen in de gemeenschap. Wie kun jij weer opnemen? Wat is daarvoor nodig?

Bijbels voorbeeld

  • Het gesprek tussen Jezus en Petrus na Jezus’ opstanding. Jezus vraagt 3x aan Petrus: Houd je van Mij? Hetzelfde aantal keren dat Petrus Jezus heeft verloochend. Door dit gesprek en de bevestiging van Petrus, vindt er herstel plaats en kan Petrus als volgeling van Jezus weer zijn plek innemen.

Vragen

  • Waar het om gaat, is de missie. Wat vind je hiervan? En kun je ook de missie verwoorden van jullie kerkelijke gemeente?
  • Welke van deze kernpunten spreekt je het meest aan en waarom?
  • Kun je bij de vier kernpunten voorbeelden bedenken uit je eigen gemeente?

 

 

Land van genade en verdriet

Land van genade en verdriet – 9

 

wat te doen met het oude

dat zo lustig meestinkt in het nieuwe

het oude virus bemant al flink de nieuwe kleppen

 

hoe herken je het oude

met zijn racisme en slijm

zijn onveranderlijke bezittelijke voornaamwoord

wat is de verleden tijd van het woord haat

wat is het symptoom van ontmenselijkt bloed

van pijn die geen taal wilde worden

van pijn die geen taal kón worden

 

wat moet je met het oude

hoe word je jezelf tussen anderen

hoe word je heel

hoe word je vrijgemaakt in begrip

hoe maak je goed

hoe snijd je schoon

hoe ver kan de tong overhellen naar tederheid

of de wang raken aan verzoening

 

een punt

een lijn die zegt: van hier af aan

van dit moment af

gaat het anders klinken

want al onze woorden liggen naast elkaar op de tafel

bibberend van mensenkleur

nu kennen we elkaar

elkaars hoofdhuid en elkaars geur          elkaars bloed

we kennen de diepste geluiden die

onze nieren maken in de nacht

langzaam worden wij elkaar

opnieuw

nieuw

en híer begint het

(Deel 9 van ‘Land van genade en verdriet’, uit de bundel Kleur
komt nooit alleen van Antjie Krog. Vertaling: Robert Dorsman. Uitgeverij
Podium: Amsterdam 2002)

 

De onderstaande tekst schreef ik voor de rubriek Touché en verscheen in februari 2017 in Woord en Dienst. Zie ook http://www.woordendienst.nl/. De tekst verscheen met enige aanpassingen ook als essay in het Nederlands Dagblad van 29 december 2017 onder de titel ‘Kan dat wel, heel worden, opnieuw beginnen, vrij zijn van ballast?’

 

Op een zonnige zaterdagmiddag las ik in de tuin het verslag van een zomeravondgesprek tussen zangeres Wende Snijders en psychiater Jim van Os (NRC 26 aug. 2016). Het gesprek ging over de moeite om eerlijk en kwetsbaar te zijn, en toe te geven dat we als mensen soms zulke diep angstige wezens zijn of rare kronkels hebben. Aan het einde van het gesprek droeg Wende Snijders dit gedicht van de Zuid-Afrikaanse dichteres Antjie Krog voor en deze woorden raakten me diep.

Het gedicht is er een uit een serie van tien, getiteld Land van genade en verdriet. De gedichtencyclus is geschreven naar aanleiding van het werk van de Waarheids- en Verzoeningscommissie in Zuid-Afrika, waarover de auteur ook een non-fictieboek schreef (De kleur van je hart). Tijdens deze processen werden slachtoffer en daders met elkaar geconfronteerd vanuit de gedachte dat de ontmoeting in waarheid een weg tot verzoening zou bieden. Ik ben diep onder de indruk van de manier waarop dit proces maatschappelijk vorm kon krijgen, en van het streven en verlangen dat hieraan ten grondslag ligt, hoe weerbarstig de werkelijkheid ook is.

 

(H)erkenning van wonden

Wonden en trauma’s die mensen opdoen in hun leven laten diepe en verwoestende sporen na. Volgens mij gaat deze tekst hierover. ‘Wat te doen met het oude’, is als het ware een terugkerend refrein.

Het gebeurt maar al te vaak dat wonden niet worden (h)erkend of geïntegreerd in het leven. En dat is niet vreemd. Want wat als pijn ‘geen taal wilde worden (…) geen taal kon worden’? Dan ontstaan er overlevingsmechanismen om met pijn om te gaan. Mensen gaan hard werken of voor anderen zorgen. Mensen raken verslaafd. Of ze doen op hun beurt anderen weer geweld aan, en veranderen zo van slachtoffers in daders. En zolang de daadwerkelijke pijn niet erkend, niet gevoeld, en niet geïntegreerd wordt, kunnen de wonden (en zonden) van generatie op generatie worden doorgegeven.

Er kan ook een andere beweging ontstaan. Namelijk wanneer mensen hun pijn onder ogen durven  zien. Gaan voelen. Er woorden of een andere manier van uitdrukken voor kunnen vinden. Leren leven met ‘het oude’. Dat is nooit vanzelfsprekend. Eerder een op-gave. Een verzuchting soms. ‘hoe word je jezelf tussen anderen / hoe word je heel / hoe word je vrijgemaakt in begrip / hoe maak je goed / hoe snijd je schoon?’ Kan dat wel, heel worden, opnieuw beginnen, vrij zijn van ballast, verzoening? En hoe dan?

 

Menswording

De tekst is geschreven vanuit een Zuid-Afrikaanse context, maar verwoordt iets van wat ik ook in mijn leven als essentieel ben gaan ervaren. Menswording.

Ik heb met regelmaat perioden in mijn leven gekend dat ik vastliep in mijn werk en leven; ik raakte verstrikt in conflictsituaties; ik liep tegen lichamelijke en psychische grenzen aan; ik worstelde met gevoelens van afwijzing; de stroom van het leven raakte zo keer op keer onderbroken; en dat terwijl ik vaak juist zo m’n best deed en hard werkte. Door op mijn denk-, gevoels- en gedragspatronen te reflecteren tijdens een proces van supervisie, ontdekte ik gaandeweg wat de wortels hiervan waren en hoe ik zelf omging met pijn uit mijn verleden: mijn harde werken of mijn extreem zorgvuldige manier van communiceren was een manier om gezien te worden of bevestiging te ontvangen en geen klappen op te lopen. Heel vaak liet ik mijn echte gevoelens, mijn verlangens, mijn boosheid of teleurstelling in relaties niet zien. Gaandeweg kwam ik tot het besef dat ik mij in mijn verlangen om gezien te worden, juist verborg. Niet echt mijzelf was. Ook niet echt mens.

 

En híer begint het

Het moment dat ik dit patroon ging doorzien – mijn verlangen naar bevestiging, en mijn streven naar perfectie als compensatie voor het gemis daaraan – en ik dit eerlijk durfde toegeven naar mijzelf, naar mijn begeleider, naar de Levende, naar mensen met wie ik in relatie stond, deed ik de paradoxale ervaring op dat ik hierin werd aanvaard. En juist dat maakte mij daadwerkelijk mens. Ook in confrontaties met anderen heb ik mogen ervaren dat wanneer je allebei je eigen gedragspatronen doorziet, en eerlijk hierover bent, dan kan gebeuren wat in dit gedicht zo scherp wordt beschreven ‘van dit moment af / gaat het anders klinken / want al onze woorden liggen naast elkaar op de tafel / bibberend van mensenkleur / nu kennen wij elkaar (…) langzaam worden wij elkaar /opnieuw / nieuw / en híer begint het’.

Zo mens-zijn, in alle eerlijkheid, met wonden en zonden, lijkt mij heilzaam voor de politiek, voor onze samenleving, voor gezinnen en relaties, en uiteraard voor de kerk. Voor mij geeft zo mens-zijn ook invulling aan Back to basics, een van de kernpunten uit het beleidsplan van de PKN. En het vormt de basis van waaruit ik – met vallen en opstaan – wil leven, persoonlijk, en in mijn functioneren in de kerk.

 

 

Leven vanuit je ziel is betekenisvol en rijk

Ik denk dat je de betekenis van rijkdom en werk op het spoor komt door stil te staan bij wie je zelf bent. Dat klinkt makkelijk, en toch is het dat niet. Het vraagt tijd en ruimte om stil te staan en jezelf te leren kennen met alles erop en eraan. Daar ‘moet’ je ook voor kiezen. Maar als je dat doet, kun je, met wie jijzelf bent en op jouw manier, ‘antwoord’ geven op de roeping van je leven, hoe dat leven er ook uitziet – mét of zonder werk.

 

Als redacteur werk ik veel samen met Cora van Rossum van Loopbaanparadox. Onlangs publiceerde Loopbaanparadox een interview met mij over de waarde en betekenis van mijn werk als redacteur en hbo-theoloog. Het bovenstaande citaat is hieruit afkomstig. Meer lezen? Zie http://loopbaanparadox.nl/2017/07/10/leven-vanuit-je-ziel-is-betekenisvol-en-rijk/

Soulfulness

We kunnen onze unieke ziel verwezenlijken, door hoe en wie we zijn

en wat we doen.

We kunnen nieuwe ritmes vinden,

een bron van herstel vinden, putten uit de bron in ons.

We kunnen werken met vrijheid en creativiteit,

en ontdekken dat we deel uitmaken van de schoonheid van dit leven.

 

We kunnen ruimte scheppen voor wat er echt toe doet,

het soort ruimte om ons heen waarin anderen kunnen opademen.

We zijn wellicht niet perfect, maar we zijn heel;

en het omarmen van de moeilijke situaties in ons leven kan ons veranderen.

Dat kan. (Soulfulness, p. 240)

 

Onlangs verscheen het boek Soulfulness van Brian Draper dat ik vertaalde. Kernachtig gezegd biedt het boek handvatten om te leven met bezieling. En dat is lang niet altijd vanzelfsprekend. Want hoe doe je dat eigenlijk, leven vanuit je ziel? De auteur neemt je mee op een ontdekkingsreis door het landschap van de ziel. Daarbij vormt de christelijke traditie een belangrijke inspiratiebron.

Het boek Soulfulness maakte mij zo enthousiast dat ik er graag workshops over geef. Op 16-5-2017 verzorgden Machteld Hoekzema en ik de workshop Soulfulness in boekhandel Sjemen. Op 24-10-2017 geef ik een workshop in de Protestantse Gemeente Boskoop.

Ook een workshop aanvragen? Boek bestellen? Neem voor meer informatie contact op via marleen@geestkracht.nu!

Kijk ook op https://www.arkmedia.nl/brian-draper/soulfulness.html voor meer informatie over het boek en de auteur.